Vrouwelijke onderzoekers hebben minder kans op een doctoraatsbeurs

In mei 2015 bleek reeds uit onderzoek van het Gentse studentenblad Schamper dat in Vlaanderen slechts één op de vier proffen een vrouw is. De VUB scoort het best met 30% vrouwelijke proffen, de UGent het slechtst met 23% vrouwen. Het probleem blijkt te beginnen aan de start: het toekennen van onderzoeksbeurzen voor doctoraatsstudenten.

Vandaag publiceerden De Morgen en De Redactie het onderzoek van Vlaams parlementslid Katia Segers (sp.a)  over het vrouwonvriendelijke beleid aan Vlaamse universiteiten. Want, hoewel vrouwen beter presteren in veel academische opleidingen en meer aanvragen indienen voor een onderzoeksbeurs, krijgen ze minder vaak een toekenning voor zo’n beurs.

Het artikel uit De Redactie (13/01):

Vrouwen krijgen nog altijd te weinig kansen om een academische carrière uit te bouwen. Dat zegt Vlaams parlementslid Katia Segers (Sp.a). “Er zijn vandaag meer vrouwelijke masterstudenten dan mannelijke. Hun studieresultaten zijn ook beter dan die van mannelijke collega’s en toch hebben vrouwen minder kans op de toekenning van een doctoraatsbeurs door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO).”

“Een man die een aanvraag indient voor een postdoctoraatsbeurs, heeft vandaag 30,8 procent kans om die effectief te krijgen. Bij een vrouw is dat 27,7 procent”, zegt Segers op basis van de 6.500 aanvragen van de laatste 10 jaar die ze verzamelde. “Dat is niet eerlijk. De beurzen moeten toegekend worden op basis van de merites van een kandidaat, niet op basis van zijn of haar geslacht.”

Aanleiding voor Segers’ onderzoek is een vergelijkbare studie bij de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), die gelijkaardige verschillen van 3 tot 4 procent aantoonde. Dat percentage lijkt klein, maar zorgt er wel voor dat vrouwen bij elke verdere stap in hun academische carrière sneller uit de boot vallen. “Aan de top blijven op die manier maar 10 procent vrouwen over.”

Geen academische carrière zonder doctoraat

Het Nederlandse onderzoek ziet drie mogelijke verklaringen: een verschillende subjectieve beoordeling van de competentie van mannen en vrouwen, een onvoldoende genderneutraal taalgebruik in de selectieprocedure en een te laag aandeel vrouwen in de beoordelingscommissies.

Dat laatste speelt een belangrijke rol: te weinig vrouwelijke professoren zijn lid van de selectiecommissies. “Er zetelen ongeveer één derde vrouwen in, terwijl het er de helft zouden moeten zijn”, legt Segers uit. Ze noemt het een vicieuze cirkel. “Om in zo’n commissie te zetelen, moet je verschillende publicaties en onderzoeken op je naam hebben. En dat is nu voor vrouwen heel moeilijk.”

Hoe meer aanvragen, hoe minder kans

Wat vooral opvalt uit de vergelijking en zorgen baart, is dat volgens Segers het verschil tussen mannen en vrouwen groter wordt wanneer het aantal toegekende mandaten daalt. Hoe schaarser de middelen en hoe meer competitie, des te groter de ongelijkheid. “De kans op een beurs is de voorbije 10 jaar met de helft geslonken.”

Minister Muyters geeft aan dat hij samen met het FWO de beoordelingsprocedures wil doorlichten.

Klik op de tabel om te vergroten.

onderzoeksbeurzen

Geplaatst in Nieuws, slider en getagd met , .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.