Panelgesprek ‘Van loverboys naar tienerpooiers’ op het Festival van de Gelijkheid: een terugblik

debat-van-loverboys-naar-tienerpooiers-panelOp vrijdag 2 december belichtten zij-kant en VIVA-SVV de schrijnende praktijken van tienerpooiers op het Festival van de Gelijkheid. Het werd een boeiend panelgesprek dat de pijnpunten in preventie, aangepaste zorg voor slachtoffers en de opsporing en vervolging van daders bloot legde. Wij blikken terug.

Begin deze maand verscheen het boek van Lore T., een meisje van 18 dat vijf jaar lang in de klauwen zat van een tienerpooier. Zij is niet het enige slachtoffer. Hoewel er weinig cijfers beschikbaar zijn, telden ze bij Child Focus de voorbije twee jaar 60 slachtoffers van tienerpooiers, wellicht slechts het topje van de ijsberg. Het beleid lijkt redelijk machteloos te staan tegenover tienerpooiers. Specifieke opvang voor slachtoffers is er niet en ook daders gaan nog vaak vrijuit. Tijd dus om een panelgesprek over het thema te organiseren. Zeven experts uit verschillende sectoren (justitie, politie, opvangcentra, beleid) gingen afgelopen vrijdag in debat over het schrijnend fenomeen tienerpooiers op het Festival van de Gelijkheid.

Falend beleid en aanbevelingen

De panelleden stelden problemen op vier domeinen aan de kaak: een gebrek aan gepaste behandeltrajecten voor slachtoffers (protectie), te weinig focus op sensibilisering en preventie van het fenomeen (preventie), een gebrek aan de effectieve opsporing en strenge vervolging van daders (prosecutie) en de bescherming van slachtoffers die 18 worden. Het beleid faalt dus op vlak van preventie, repressie en aangepaste hulpverlening. Daarnaast stelden ze ook verschillende aanbevelingen voor.

Protectie

  • Het merendeel van de slachtoffers van tienerpooiers wordt opgenomen in een gesloten instelling om hulpverlening te kunnen opstarten. Hoewel de veiligheid van de meisjes prioritair is, is niet elk slachtoffer gebaat bij een opname in een gesloten instelling. Het beleid voorziet geen alternatieven.
  • Werkstages in het buitenland of in halfopen instellingen in bv. Wallonië, kunnen de banden met het pooiernetwerk op een veel effectievere manier doorbreken, zonder de autonomie van de jongere te schaden. Het is ook de taak van de opvang en hulpverlening om meisjes te helpen een nieuwe identiteit te ontwikkelen, een identiteit waarin ze niet alleen slachtoffer zijn.

Preventie

  • Sociale media vergemakkelijken het proces van meisjes ronselen. Vaak zien we dat daders een band opbouwen met kwetsbare, jonge meisjes en hen vragen om seksuele foto’s te sturen (sexting). Die gebruiken tienerpooiers vaak als shame- en chantagemiddel.
  • Preventie moet dus op een vroeg punt starten. Enerzijds moeten zowel ouders als scholen inzetten op mediawijsheid. Anderzijds moeten ouders en scholen signalen van tienerpooierschap leren herkennen om tijdig in gesprek te kunnen gaan met de jongeren.

Prosecutie

  • Een heel beperkt aantal tienerpooiers loopt tegen de lamp. Slachtoffers hebben soms angst om een verklaring af te leggen. Enerzijds zijn ze bang voor represailles, anderzijds voelen ze een intieme band met hun pooiers. Daarnaast zijn er vaak problemen voor de bewijslast: jongeren leggen onvolledige verklaringen af of trekken deze opnieuw in, informatie wordt niet aan elkaar gelinkt…
  • Er is nood aan een sterkere centralisatie van dossiers bij justitie. Bij meldingen moet naar gelijkenissen in dossiers worden gezocht, waardoor verschillende slachtoffers aan één dader kunnen worden gekoppeld.

Meerderjarige slachtoffers

  • De hulpverlening moet meisjes blijven opvangen, zelfs tot na de leeftijd van 18 jaar.
Geplaatst in Nieuws, slider en getagd met , , , .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.