Opinie: Zo onschuldig is de loonkloof niet

Het verschil tussen het loon van mannen en vrouwen bedraagt wel degelijk 22 procent, zeggen Inga Verhaert en Vera Claes. En zijn er misschien wel een aantal verklaringen voor te vinden, goed te praten is die kloof zeker niet.

We mochten van Caroline Deiteren van Unizo lezen hoe Equal Pay Day een hoogdag is voor vrouwenorganisaties en vakbonden (DS 20 maart). We, dat is die bende die u ook dit jaar weer opwachtte in het station op weg naar het werk. Om u attent te maken op Equal Pay Day, de dag waarop vrouwen het loon binnen hebben dat mannen het jaar daarvoor al verdienden.

Maar vergis u niet. We vieren geen hoogdag.

We staan daar niet voor ons plezier, op een ontiegelijk vroeg uur, in een late sneeuwbui. We vinden het eerder beschamend dat we, na negen jaar, nog altijd op dezelfde nagel moeten kloppen. zij-kant, de progressieve vrouwenbeweging, loopt zich samen met het ABVV al die tijd de hoge hakken van onder het lijf om de loonkloof onder de aandacht te brengen. Met succes. Want terwijl de loonkloof in 2005 nog 25 procent bedroeg, is dat nu 22 procent. Volgehouden sensibilisering werkt. Wetgevend werk ook. Maar het blijft nodig om de aandacht bij de zaak te houden. Anders dreigt het weer business as usual te worden en blijft de kloof gapen. Tegenover vorig jaar is de kloof tenslotte maar met 0,18 procent gekrompen.

Verpleegster vs. IT’er

Maar dat beruchte cijfer van 22 procent klopt dus niet, schreef Deiteren. Als ze ons Equal Pay Day-dossier had gelezen, dan wist ze dat we zowel met voltijds als deeltijds werkenden in de private sector rekening hebben gehouden. Uiteraard. Alleen zo krijg je een correcte weergave van de feiten.

44 procent van de vrouwen werkt deeltijds. Tegenover maar 9 procent van de mannen. Dat verklaart natuurlijk een deel van de loonkloof. Maar niet volledig. Naast dat deeltijdse werk spelen ook de sectoren waarin veel vrouwen terechtkomen een rol. ‘Vrouwelijke’ sectoren betalen doorgaans minder goed. Ook dat verklaart deels de loonkloof, maar daarom rechtvaardigt het ze nog niet. Waarom worden een verpleegster, een poetshulp en een opvoedster minder naar waarde geschat dan een ingenieur, een chemicus of IT’er?

Dan heb je nog die andere helft van de loonkloof die we niet kunnen verklaren door deeltijds werk. Wél door discriminatie, want dat is het. Ook al wil niet iedereen dat onder ogen zien. Zolang een bioloog als Midas Dekkers op de openbare omroep verkondigt dat vrouwen natuurlijk “maar drie weken per maand gesteld zijn”, is er nog veel werk aan de winkel.

Trouwens, ook de andere redenen waarom vrouwen minder verdienen zijn niet zo onschuldig. Want hoe vrij is de keuze voor deeltijds werken echt? Kan je van een keuze spreken als je thuis alle huishoudelijke werk na je job moet doen, als er niet genoeg kinderopvang is, als er in de sector waarin je werkt alleen deeltijdse banen worden aangeboden. Uit de Arbeidskrachtenenquête van 2010 van de FOD Economie blijkt dat maar 11,57 procent van de deeltijds werkende vrouwen er ook voor kiest om niet voltijds te werken.

Stofzuigen, man!

Ik ben dus blij te mogen lezen dat Deiteren het over één ding met ons eens is: de loonkloof overwinnen doe je door de hindernissen weg te nemen. En, niet te vergeten: door ook de mannen van al die werkende vrouwen te bereiken. Want van stofzuigen verlies je heus je mannelijkheid niet.

 

Opiniestuk door Inga Verhaert, nationaal voorzitter van zij-kant, en Vera Claes, nationaal secretaris van zij-kant,  in De Standaard, 21 maart.

Geplaatst in Nieuws en getagd met , , , , , .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.