Opinie: Vrouwelijke steun voor Mannendag

Zoals een Vrouwendag nodig blijft, is ook een Mannendag van doen, vindt Vera Claes, nationaal secretaris van zij-kant. Tot het moment dat élke dag zowel mannen- als vrouwendag is.

Ik heb er al zo’n 20 Vrouwendagen opzitten, elk jaar op 11 november. Ook op de Internationale Vrouwendag van 8 maart ben ik telkens van de partij voor een of andere actie waarmee we de genderongelijkheid op internationaal niveau onder de aandacht brengen. En bijna elk jaar komt de vraag terug: ‘Is dat nu nog nodig, zo’n Vrouwendag?’ Want hebben vrouwen niet dezelfde rechten en plichten? Zijn ze nu nog altijd achtergesteld, gediscrimineerd, onderbetaald en vaker slachtoffer van geweld en eerroof? En als zo’n vrouwendag nodig is, hebben we dan ook geen mannendag vandoen?

In het buitenland is die er wel. Op internationaal niveau wordt sedert 1999 op 19 november een ‘International Men’s Day’ georganiseerd, een initiatief dat voor het eerst het daglicht zag in Trinidad en Tobago en gesteund wordt door de VN. Dit geografisch beperkte initiatief krijgt nu navolging in ongeveer 60 landen, inclusief een bescheiden tak in Vlaanderen.

En ja, er is wel iets voor te zeggen, zo’n mannendag. Uit onderzoek van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM) blijkt dat een niet onaanzienlijk deel van onze mannelijke bevolking ook te maken krijgt met een of andere vorm van partnergeweld, het thema van deze 40ste Vrouwendag. Niet minder dan 10,5 procent van de mannen die aan het onderzoek deelnamen, verklaarden dat zij gedurende de afgelopen 12 maanden voor het onderzoek minimum één daad van geweld hadden moeten ondergaan, feiten gepleegd door hun partner of ex-partner. Dat is nog altijd veel minder dan de 14,9 procent vrouwelijke slachtoffers, maar meer dan een op tien is niet niks. Meer algemeen zijn mannen vaker het slachtoffer van verbaal geweld en van slagen en klappen en worden ze ongeveer even vaak geconfronteerd met intimidaties. Bij vrouwelijke slachtoffers gaat het evenwel vaker over partnergeweld in zich herhalende geweldsituaties, terwijl mannelijke slachtoffers vaker getuigen van eenmalige gebeurtenissen met een onbekende dader, dus buiten de reguliere relatie. Opmerkelijk is ook de vaststelling dat mannen zowel in de hoedanigheid van dader als van slachtoffer vaker betrokken zijn bij geweld in de openbare ruimte. Psychologisch geweld is voor beiden meer frequent en hier is nauwelijks onderscheid naar geslacht op te merken.

Ook ik ken ze, mannen bij wie het ‘onder de sloef liggen’ pijnlijk letterlijk mag genomen worden, met alle gevolgen van dien. Bovendien blijkt onderrapportering bij mannen een groter probleem. Nog geen 10 procent van de mannelijke slachtoffers uit het onderzoek deed aangifte bij de politie. Het beeld van ‘de geslagen man’ roept toch al snel een sukkelachtig wezen op dat er niet in lukt zijn eigen mannelijkheid te verdedigen.

Als vrouwenbeweging voeren we al enkele jaren sensibiliseringscampagnes tegen partnergeweld, en telkens luidt de boodschap: ‘Laat het er niet bij, zorg dat het geweld niet escaleert, zoek hulp, doe aangifte’. Die aanbeveling wordt, zo tonen de politionele statistieken, stilaan door meer en meer vrouwen opgevolgd. De drempel om aangifte te doen, lijkt minder hoog en dat is een goede zaak. Zo kan het geweld tijdig worden aangepakt en hopelijk een halt worden toegeroepen. Voor mannen ligt dit blijkbaar toch nog anders en is de schaamte groter dan de behoefte om actie te ondernemen.

Een heuse mannendag zou nog nuttig kunnen zijn om enkele andere ongelijkheden aan te kaarten. Het blijft een hardnekkig feit dat vrouwen wekelijks gemiddeld 8,5 uur langer in het huishouden werken dan hun mannelijke partners. En uit onze jaarlijkse Equal Pay Day-statistieken blijkt onomstreden dat vrouwen nog altijd per maand 23 procent minder verdienen. Dit wil niet zeggen dat we op een mannendag onze liefste partners moeten leren strijken en de was sorteren, maar wel dat de tijd van werk en ontspanning meer gelijk moet verdeeld worden. Sensibilisatie naar mannen is hierover ook nodig.

In het rapport Vrouwen en mannen in België van het IGVM, dat begin volgend jaar wordt gepubliceerd, komen nog wel enkele andere ongelijkheden aan de oppervlakte. Zo is het opleidingsniveau bij de generatie 25 tot 34 jaar duidelijk in het voordeel van jonge vrouwen: maar liefst 49 procent van de vrouwen tussen 25 en 34 jaar is hoger opgeleid tegenover 38 procent van de mannen uit die leeftijdscategorie. Maar dat vertaalt zich nog onvoldoende op de werkvloer. Vaderschapsverlof en ouderschapsverlof voor mannen worden op de arbeidsmarkt minder makkelijk aanvaard.

Ben ik als notoire feministe nu plotseling de voorvechter geworden voor meer mannenrechten? Ja, als het over de gelijke verdeling van zorg en job gaat, over evenwaardige opleiding en loon, over het recht je kinderen op te voeden en tijd met hen door te brengen. Kortom, over het doorbreken van clichés over vrouwen én mannen.

Zolang de politiek, de rechterlijke macht en de academische wereld in de praktijk mannenbastions blijven, zijn er ‘vrouwendagen’ nodig. Maar ik hoop geen 20 jaar meer te moeten wachten tot elke dag van het jaar een vrouwen- én mannendag wordt.

Vera Claes is nationaal secretaris van zij-kant, de progressieve vrouwenbeweging, en voorzitter van de raad van bestuur van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen.

Dit opiniestuk verscheen op 9 november 2011 in De Morgen.

Laat de wereld weten hoe jij (v/m) over échte mannen denkt en vertel ons op www.mannendag.be hoe echte mannen clichés doorbreken. De leukste en origineelste inzending wint een romantisch diner voor 2 in een Michelin sterrenrestaurant.

Geplaatst in Nieuws en getagd met , , , , , , , .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.