9857281

Opinie: ‘Als het zo verdergaat, valt de laatste Equal Pay Day pas in 2060′

Op 14 maart is het Equal Pay Day, de dag tot wanneer Belgische vrouwen moeten werken dit jaar om evenveel te verdienen als wat mannen in 2018 verdiend hebben. Vera Claes en Inga Verhaert van Zij-kant leggen uit waar de pijnpunten in het loonkloofdebat zitten.

Op 8 maart staakten de vrouwen om aandacht te vragen voor de discriminaties die vrouwen op alle gebied nog dagelijks ondervinden. Nooit eerder was er zoveel verontwaardiging en actiebereidheid om op Internationale Vrouwendag op straat te komen. Het is goed om zien hoe vele jonge feministen hun militantisme en vastberadenheid luid kenbaar maken, zich duidelijk bewust van de discriminaties die vrouwen ervaren. Net zoals met de klimaatmarsen is ook hier de boodschap duidelijk: de ongelijkheid moet de wereld uit, er moeten maatregelen komen, niet binnenkort, niet morgen, maar vandaag.

Een van de belangrijkste eisen op de Vrouwendag was het verkleinen van de loonkloof. Toen we met zij-kant voor de eerste keer Equal Pay Day organiseerden, nu al 15 jaar geleden, hadden we niet eens duidelijke statistieken om de loonongelijkheid tussen vrouwen en mannen aan te tonen. Laat staan dat iemand ervan wakker lag. Vandaag zijn er nog weinigen die de loonkloof ontkennen, ook al zijn er nog altijd die ze louter toeschrijven aan het feit dat vrouwen ervoor kiezen om slechts halftijds te werken. Intussen weten we dat er voor veel vrouwen niets anders opzit dan deeltijds te werken, omdat ze instaan voor de zorg voor kinderen of andere personen, omdat ze het huishouden runnen, of simpelweg omdat hun job niet voltijds wordt aangeboden.
Niet alleen blijft de loonkloof hardnekkig, ze is de laatste jaren ook niet meer verkleind. Als het zo verdergaat zal loongelijkheid pas gerealiseerd zijn in het jaar 2061. Zo lang willen wij niet wachten. Er moeten ook hier bijkomende maatregelen komen, en wel snel. Daarom blijven we Equal Pay Day organiseren. Daarom voeren we opnieuw actie op 14 maart. Hoewel we in België bij de beste Europese leerlingen zijn als het gaat over de voltijdse uurlonen – het verschil bedraagt nog amper vijf procent -, ligt dat anders als we het globale plaatje bekijken. Al meer dan vijf jaar blijft het echte loonverschil rond twintig procent hangen. Heel bewust hanteren we hier het percentage van de maandelijkse lonen van voltijdse en deeltijdse werkers in de privésector: dat is immers wat je op het einde van de maand op je rekening ziet komen wat telt.
Vrouwendag was een uitgelezen gelegenheid om vanuit diverse hoek nieuwe cijfers en statements te doen over de loonkloof. Zo was er het nieuwe onderzoek van HR-specialist Attentia waaruit blijkt dat vrouwen minder snel loonopslag krijgen dan mannen. Dat komt niet doordat de zogezegd meer assertieve mannen er sneller om vragen dan vrouwen die volgens het cliché passiever zijn, haast het dienstenbedrijf zich eraan toe te voegen. Evenveel vrouwen als mannen vroegen loonsverhoging, maar ze kregen het gewoonweg niet. In 2018 kreeg veertien procent van de mannen een individuele loonopslag, tegenover slechts tien procent van de vrouwen. Allicht is een deel van de verklaring hiervoor te zoeken bij het hogere aandeel vrouwen dat deeltijds werkt. Maar ook wanneer alleen de voltijds werkenden in beschouwing werden genomen, bleek er nog een verschil. Zo kreeg vorig jaar zestien procent van de voltijds werkende mannen opslag, tegenover iets meer dan veertien procent van de voltijdse vrouwen. Het beeld van de man als kostwinner wordt zo nog maar eens bevestigd.
En dan hebben we het nog niet over de extralegale voordelen waarvan mannen meer genieten dan vrouwen. In ons nieuwe Equal Pay Day persdossier publiceren we een aantal opvallende cijfers. Zo tonen fiscale gegevens aan dat van alle loontrekkenden in de publieke en de privésector in 2014 59 procent van de mannen een terugbetaling van het woon-werkverkeer genoot, ten opzichte van slechts 51 procent van de vrouwen. Twaalf procent van de mannen kreeg een bijdrage voor het aanvullend pensioen, tegenover slechts negen procent van de vrouwen. Bovendien verschillen de bedragen hier sterk: terwijl mannen gemiddeld 800 euro ontvingen, kregen vrouwen gemiddeld 503 euro. Daarnaast is de kans dat een man met een bedrijfswagen rondrijdt meer dan dubbel zo groot als bij een vrouw van eenzelfde studieniveau.

Moeten we dan als vrouwenbeweging een campagne voeren om vrouwen te leren dat ze beter moeten onderhandelen over hun loon? Moeten we meer salariswagens voor vrouwen eisen? Met de website sosgriet.be serveerden we vrouwen al een menu om beter te onderhandelen over hun loon, maar dit is slechts een deel van de oplossing. Salariswagens zien we graag vervangen door een betere openbare mobiliteit voor iedereen. Het hele loonkloofdebat vereist een globale visie op werk. Collectieve arbeidsduurvermindering, een loopbaan met time out-perioden voor vrouwen en mannen, gelijk ouderschapsverlof en het optrekken van het minimumloon zijn de belangrijkste eisen die we vandaag voorop stellen. Dat is de inzet van Equal Pay Day 2019. Aan de komende beleidsmakers om hier na de verkiezingen van 26 mei werk van te maken.

Vera Claes en Inga Verhaert,

Zij-kant, de progressieve vrouwenbeweging

Geplaatst in Nieuws, slider en getagd met , , , .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.