Meisjes aan de macht

caroline_gennezEen vrouw die zelf beslissingen neemt, wordt al gauw een bitch genoemd. Een vrouw die veel overlegt, is dan weer te soft. Caroline Gennez, voorzitter van sp.a, en Hilde Crevits, Vlaams minister van Openbare Werken en Mobiliteit, geven toe dat de politiek er ‘op z’n vrouwtjes’ toch nog anders aan toegaat. Maar calimero’s zijn onze Vlaamse politica’s niet. ‘Wij willen onze job gewoon goed doen.’

Lees hieronder het volledige dubbelinterview van Jobat.

Het lijkt nog steeds niet evident om als vrouw te kiezen voor een politieke
carrière op hoog niveau.
Caroline Gennez: Wat mezelf betreft: ik ben er echt
ingerold. Ineens ben je schepen, dan ondervoorzitter, plots fractieleider en
uiteindelijk ook voorzitter. Ik heb nooit echt nagedacht over wat ik wilde
worden. Ik was wel altijd heel idealistisch. Ik deed vrijwilligerswerk en wilde
mensen helpen. Er stond me een duidelijk beeld voor ogen van waar het met de
samenleving naartoe moest. Als jonge vrijwilliger kan je heel veel dingen doen
die voldoening geven, maar je helpt altijd heel individuele gevallen. Je kan
niets veranderen aan de structuren. Als je dat wil, dan moet je bij de overheid
zijn. De overheid stelt de regels op en zet projecten in gang.
Dat heeft
weinig met vrouw-zijn te maken, in mijn geval. Ik heb wel gemerkt dat ik me nu
meer dan ooit feministisch opstel. Vroeger was dat absoluut niet zo, toen had ik
het gevoel dat de strijd hier bij ons wel zo’n beetje gestreden was. Maar
ondertussen heb ik gemerkt dat we als vrouwen toch lang niet altijd
gelijkwaardig behandeld worden.
Volgens mij zijn vrouwen wel minder met hun
positie en hun ego bezig. Ze nemen gemakkelijk hun verantwoordelijkheid en
denken daarbij misschien niet altijd aan de volgende stappen in hun carrière.
Vaak is dat goed voor het algemeen belang, maar heel wat minder voor het
persoonlijk belang (lachje). Maar daarvoor doe je natuurlijk ook niet aan
politiek.
Hilde Crevits: Het stond absoluut niet in de sterren geschreven dat
ik in de politiek zou gaan, maar mijn vrouw-zijn heeft voor een stuk mijn
carrière mee bepaald. Ze kwamen aan mijn deur bellen voor de eerste
gemeenteraadsverkiezingen waaraan ik kon meedoen, omdat ze vrouwen nodig hadden
op de lijst. Ik heb de boot afgehouden, want ik had geen goesting. Maar de
kansen die ik gekregen heb en de stemmen die ik achter mijn naam kreeg, heb ik
uiteindelijk wel degelijk voor een stuk te danken aan het feit dat ik een vrouw
ben. In 2004 kreeg ik bijvoorbeeld de derde plaats op de lijst – vóór Carl
Decaluwé of Luc Martens. Dat was niet evident. Maar het gaat natuurlijk niet
alleen om de kans die je krijgt. Het is vooral van belang wat je daarna met die
kans doet. Ik vind wel dat ik er zelf iets mee gedaan heb.
Zelf zou ik nooit
gesolliciteerd hebben voor een parlementair mandaat. Ik was heel gelukkig als
advocaat en als schepen. Maar het is gegaan zoals het is gegaan, en dat heb ik
voor een stuk te danken aan de regels.
Als iemand me vijftien jaar geleden
had gezegd dat ik over vijftien jaar Vlaams minister zou zijn, dan had ik dat
nooit geloofd. Ik ben nooit strategisch bezig geweest met mijn politieke
carrière. Ik dacht nooit: dan wil ik daar landen. Ik wil altijd de job die ik
uitoefen in de politiek zo goed mogelijk doen. Ik was verschrikkelijk graag
schepen, en later combineerde ik dat graag met mijn werk in het parlement. Op de
dag dat ik de eed aflegde als minister, zeiden de mensen tegen mij dat ik er
precies niet gelukkig uitzag. Nu doe ik deze job heel graag, maar het was zeker
niet gepland.
Uw collega-advocaat Patrick Arnou omschrijft u als ‘keihard’.
‘Ze wil altijd winnen en zal er ook alles aan doen om te winnen.’
Crevits:
Oei! Ik ben misschien wel vrij competitief ingesteld, ja. Maar ik vind niet dat
je de bitch moet uithangen om je slag thuis te halen. Je werkt met mensen samen.
Ik vind het een ongelofelijk plezante bezigheid om samen met een anderen tot een
oplossing te komen. Wanneer ik bijvoorbeeld iets gedaan wil krijgen van
Caroline, dan weet ik ook wat haar bezorgdheden zijn, en dan probeer je na te
gaan wat de cruciale factoren zijn om een project te doen slagen, met geven en
nemen. Ik hou van dat onderhandelen, maar ben ik daarom keihard? Mijn kinderen
zouden waarschijnlijk lachen als ze dat zouden horen.
Vrouwen worden al snel
een bitch genoemd wanneer ze zich onverzettelijk opstellen.
Gennez: Dat is
zo. Dat heeft volgens mij te maken met een eerder mannelijke cultuur in het
algemeen. In de politiek is de situatie op korte tijd sterk verbeterd: er zijn
veel vrouwen bijgekomen. In de lokale politiek gaat de evolutie trager, omdat
dat ook geen professionele bezigheid is, het is iets wat mensen erbij nemen. Het
zijn dus vooral mannen die schepen worden of burgemeester. Nog maar acht of
negen procent van de burgemeesters zijn vrouwen. Ook in het bedrijfsleven heerst
er nog een heel mannelijke cultuur. De vrouwen die er in de vorige generaties
zijn geraakt, gedroegen zich misschien ook mannelijker om hun vrouwtje te kunnen
staan. Terwijl je nu twee verschillende evoluties ziet. Enerzijds krijg je, als
je beslissingen neemt, al snel het etiket van bitch. Een vrouw die aan het hoofd
staat, die beslissingen neemt, die krijgt gemakkelijk tegenwind. Ik denk dat ik
daar zelf voor een stuk ook wel onderhevig aan ben geweest. Anderzijds krijg je
dan weer meewarige reacties wanneer je juist heel consensusgericht bent en veel
overlegt. Dat vind ik heel oneerlijk: mannen hebben daar zelden last
van.
Maar het heeft absoluut geen zin om daarover te klagen. Je moet het
nemen zoals het is en proberen om je job op een eerlijke manier te doen. En of
je dan man of vrouw bent … Ik denk altijd dat ik op een heel Caroline
Gennez-achtige manier aan politiek doe. Ik kan heel moeilijk een rol spelen. Je
raakt nog het verst door zoveel mogelijk gewoon te doen.
Crevits: Vrouwelijke
collega’s die met elkaar in de clinch gaan, worden doorgaans niet zo interessant
voorgesteld. Men spreekt dan al snel in termen van ‘een sjakossengevecht’.
Blijkbaar wordt dat niet gemakkelijk aanvaard. Toen ik nog niet lang minister
was, kwam ik eens binnen in een vergadering met dertien mannen. Ik ben moeten
beginnen met een grapje, om die vergadering wat los te krijgen, en het heeft ook
een tijdje geduurd voor ik voldoende autoriteit had in die groep om te werken.
Men was toen verrast over hoe zakelijk ik was. Ik maak graag plezier, maar op
het moment dat ik moet vergaderen, gaat dat er zakelijk en gestructureerd aan
toe. Dat is iets wat men normaal niet associeert met vrouwen in
onderhandelingen. Dat is heel vreemd. Mannen zeggen me vaak dat ik zo weinig
emotie toon. Ik zal nooit tranen in mijn ogen krijgen wanneer het over een
gevoelig dossier gaat, en ik zou ook nooit emotioneel worden, zo van ‘Aah, wat
hebde gij mij nu aangedaan?!’. Dat zal nooit gebeuren.
Wat soms wél gebeurt,
is dat ik tijdens vergaderingen mijn mond hou wanneer alles al is gezegd. Ik
vind het tijdverlies om gewoon te herhalen wat iemand anders al heeft verteld.
Dat is volgens mij iets vrouwelijks. En waarschijnlijk speelt dat niet altijd in
het voordeel van vrouwen.
Jullie hebben ook allebei behoorlijk wat successen
geboekt op sportief vlak.
Crevits: Zij meer dan ik hoor!
Gennez: (lacht)
Dat was ook maar beperkt hé, anders zat ik hier nu niet.
Spreekt daaruit ook
die wil om te winnen?
Gennez: Dat is gewoon plezant. Ik deed een individuele
sport, tennis. Zeer zwaar, ook emotioneel zwaar, want je moet altijd opnieuw
beginnen. Je kan de beste bal slaan, maar het is daarmee nog maar 15-0 en er
zijn nog veel punten te maken. Wat er wel voor zorgt dat je leert om vol te
houden. Tennis is een beetje zoals socialisme: je moet altijd opnieuw beginnen.
Je strijdt tegen onrecht en dat onrecht zal nooit de wereld uit zijn. Dat vraagt
wel een zekere volharding. Natuurlijk is het dan plezant als je kan winnen. En
in de politiek betekent winnen: verkiezingen winnen.
Dingen voor mensen
realiseren, het verschil zien, wanneer je bijvoorbeeld als schepen iets hebt
neergezet wat er daarvoor niet was, dat is zó plezant. Als je met veel mensen
heel hard hebt gewerkt aan een project, en veel horden hebt overwonnen, en plots
staat het daar. Hoe vreemd het ook mag klinken: dát zijn voor mij de
overwinningen in de politiek. Al wil ik ook nog wel eens graag verkiezingen
winnen. (lacht) Dat zou geen kwaad kunnen.
Vrouwen ‘mogen’ het vaak oplossen
als het moeilijk gaat. Denk aan de omstandigheden waarin Marianne Thyssen en
Caroline Gennez partijvoorzitter werden.
Gennez: Ik heb daar indertijd ook
met Marianne over gepraat. We leken allebei erg geneigd om onze
verantwoordelijkheid op te nemen. Want ja, ik zie mijn partij wel graag. Ik denk
dan: oké, ik ga dat nu zo goed mogelijk proberen te doen. Maar de huidige
politieke cultuur is eigenlijk een zeer mannelijke cultuur. Ze is heel erg
opgehangen aan charismatisch leiderschap, aan één figuur. De man van het moment
is nu Bart De Wever. Een paar jaar geleden was het Yves, daarvoor was het Steve.
Je hebt altijd één persoon die de politiek bepaalt en dat duurt dan zolang het
duurt.
Zelf zit ik niet zo in elkaar. Ik ben niet autoritair, ik hou eerder
van platte dan van hiërarchische structuren. Ik probeer mensen collegiaal te
laten samenwerken en iedereen de kans te geven. Ik hoef niet altijd zelf in de
spotlights te staan. Als dat wel zo was geweest, had ik wellicht nog eens goed
nagedacht of het wel het juiste moment was om voorzitter te worden.
Crevits:
Misschien is het wat overdreven om te stellen dat een vrouw vooral wordt
aangesteld wanneer het slechter gaat. Maar ik heb wel een enorme bewondering
voor partijvoorzitters. Ik weet totaal niet of ik het zelf zou kunnen. Je moet
sowieso spelverdeler zijn, je moet je ploeg laten scoren, je moet goed weten
waar de mensen zitten die graag op bepaalde thema’s hun ding doen. Je moet vaak
dingen uitwerken die zij dan op alle niveaus moeten gaan verkondigen, maar als
er iets fout loopt, kijkt iedereen wel naar jou. Dat is bij ons niet anders. Ik
denk dat dat een enorm slopende en vermoeiende job is. Als minister heb ik ook
heel veel problemen en miserie, zeker in deze legislatuur – we moeten besparen
terwijl gans mijn infrastructuur in slechte conditie verkeert – maar je kan de
dingen tenminste pragmatisch aanpakken. Een voorzitter moet constant het geheel
onder controle houden, terwijl veel anderen ondertussen het spel
meebepalen.
Velen spreken over een mannelijke cultuur in de politiek: laat
vergaderen, weinig aandacht voor de balans tussen werk en privé …
Gennez:
Er is wel verbetering merkbaar. Toen ik begon te werken op het kabinet, werden
er nooit schoolvakanties genomen. Daar is verandering in gekomen toen er een
iets jongere generatie aantrad in de regering. Veel ministers hadden jonge
kinderen. Het begrip daarover is toegenomen. Vandaag zien we ook een paar
‘nieuwe mannen’ in de politiek. Jonge papa’s als Alexander De Croo, Wouter Van
Besien, Wouter Beke. Zij zijn ook meer met hun gezin bezig dan de politici van
vroeger. Heel wat politici van de vorige generaties geven eerlijk toe dat ze hun
kinderen niet zagen opgroeien. Dat is nu toch niet meer zo vanzelfsprekend. Al
is het zeker niet zo dat we tegenwoordig enkel op gezinsvriendelijke uren
vergaderen.
Crevits: De politiek kan en mag nooit een nine-to-five job
worden. Dat is net een van de redenen waarom ik voor de politiek gekozen heb.
Iedere dag opnieuw kan je voor onverwachte zaken komen te staan die je moet
oplossen, waardoor je ‘s morgens nooit kan zeggen hoe laat je ‘s avonds thuis
zal zijn. Daar staat tegenover dat ik zeker de telefoon niet zou afduwen als
mijn dochter me over twee minuten zou bellen. Mijn gezin is eigenlijk bijna
permanent aanwezig. Je moet je privéleven ook niet doodzwijgen. Ik vind het
juist heel plezant om te weten hoe de relaties binnen andere gezinnen in elkaar
zitten, om met elkaar te praten over elkaars kinderen of moeder of vader. Dat
hoort er voor mij spontaan bij. Maar dat heeft weinig impact op mijn
werk.
Als vrouwen dan toch afhaken in de politiek, heeft dat volgens mij
eerder te maken met het feit dat ze vinden dat ze niet genoeg kunnen realiseren.
Zo had ik twee collega’s die gestopt zijn omdat ze vonden dat ze niet konden
realiseren wat ze wilden realiseren. Vrouwen zijn misschien net iets kritischer
voor zichzelf dan nodig. Dat baart me soms zorgen. Je moet gewoon doorzetten, en
ermee rekening houden dat het soms inderdaad traag gaat, zeker in de
maatschappij waarin we nu zitten.
Hebt u uw gezinsleven sterk moeten
aanpassen toen u in de politiek ging?
Crevits: Ik ben vrij laat met politiek
begonnen. Toen men mij de eerste keer vroeg voor de gemeenteraadsverkiezingen,
ben ik daar niet op ingegaan. Ik wilde er eerst graag voor zorgen dat ik mijn
wortels stevig in de grond had. Ik heb gewacht tot 2000 om een actief mandaat
als schepen op te nemen. Toen was ik 33. De kinderen waren er al, en we waren er
vrij zeker van dat ons gezin compleet was. We hebben thuis goede afspraken, en
mijn man is minstens even flexibel als ik (lacht). Mijn zoon is 18, mijn dochter
16. Ze zijn blij dat ze af en toe naar Brussel kunnen komen met de trein. Mijn
dochter mag hier alleen rondlopen, terwijl veel van haar vriendinnen dat niet
mogen. Er is dus ook een wereld voor hen opengegaan. Ik heb niet het gevoel dat
de band met mijn kinderen de afgelopen vier jaar slechter is geworden. Zouden ze
nu andere personen geweest zijn als ik niet aan politiek had gedaan? Ik hoop van
niet.
Kinderen willen zien dat hun ouders zich goed in hun vel voelen. Toen
er vorige maand een man om het leven kwam bij een ongeval door een put in de
weg, had ik mijn kinderen daar niets over verteld. Mijn zoon, die in het eerste
jaar rechten zit, stuurde me de volgende dag een hele analyse. Hij had allerlei
dingen voor me opgezocht en wilde me een hart onder de riem steken. Achteraf
dacht ik: dat was een foutje van mij. Ik had hem moeten bellen en hem de context
uitleggen. Een ouder die zich slecht in zijn vel voelt, dat is voor een kind
niet aangenaam. Ik ben misschien vaak afwezig maar wel heel bereikbaar. Ik ben
weinig thuis, maar ik heb eigenlijk nooit een schuldgevoel gehad.
Gennez: Ik
ben een kind van zelfstandigen. Ik zat heel dikwijls bij mijn bomma, maar het is
niet zo dat ik iets van ouderliefde heb gemist. Het belangrijkste is toch dat je
het gevoel hebt dat je ouders er voor je zijn en dat je er altijd bij terecht
kunt. Ik heb vriendinnen wiens leven volledig in het teken van hun kind staat.
Al de rest wordt daaraan ondergeschikt gemaakt. Dat is nu ook weer niet nodig,
denk ik. Er moet een goede wisselwerking zijn. Sterke ouders, gelukkige
kinderen.
U hebt zelf geen kinderen, maar zou u zich laten tegenhouden door
uw job?
Gennez: Nee, absoluut niet. Ik denk dat je op dat gebied vooral naar
je gevoel moet leven. Dat is net waar heel de strijd voor emancipatie om draait,
en dat vormt ook een deel van mijn politiek leven: het gaat om gelijke kansen
voor iedereen. Kinderen die het moeilijk hebben, uit moeilijke gezinnen, zijn
vaak kinderen met alleenstaande ouders. Kinderen die het slecht doen op school,
die weinig kansen hebben, dat worden drama’s voor de gemeenschap. Dat wil je
niet. Je moet bloeiende gezinnen hebben waarin er veel ruimte is voor vrije
keuze en waarin iedereen zich goed voelt. Dat moeten we ondersteunen. Als je dat
preekt voor anderen, moet je dat ook op jezelf toepassen. In die zin zou mijn
werk me nooit in de ene of de andere richting beïnvloeden.
Er zijn nog steeds
bitter weinig vrouwelijke ceo’s te bespeuren. Is er beterschap in zicht nu de
eerste stappen gezet worden naar quota voor raden van bestuur?
Crevits: Ik
zie dagelijks om me heen vrouwen met heel veel intrinsieke kwaliteiten, die
zeker in staat zijn om bedrijven te leiden. Het is echt heel verrassend dat we
dit debat eigenlijk nog moeten voeren. Want die vrouwen zijn wel dik gezaaid.
Misschien zijn ze minder geneigd om zichzelf op de voorgrond te brengen, en
zeggen ze minder snel dat ze die of die job willen vast krijgen. Maar dat er
geen kwaliteit te vinden is, dat is absoluut fout.
Gennez: Je moet die
kwestie ook niet altijd emotioneel of cultureel vertalen. Bekijk het eens puur
economisch, zoals de Noorse minister van Economie dat deed, die als een van de
eerste quota heeft ingevoerd. Hij redeneerde dat de gemeenschap meer dan de
helft van haar studiemiddelen besteedde aan vrouwelijke studentes. Je laat een
enorm maatschappelijk kapitaal liggen als je die vrouwen vervolgens onvoldoende
de kans geeft om op de arbeidsmarkt te blijven en door te stoten. Hij deed daar
volstrekt niet emotioneel over: voor hem was dat puur een economische analyse.
We moeten iedereen inzetten die de talenten en de capaciteiten heeft. Als we dat
niet doen, verspillen we talent en geïnvesteerde middelen. We zijn niet van plan
om vrouwen manu militari naar raden van bestuur af te vaardigen, maar we gaan er
wel naar op zoek.


 

Geplaatst in Nieuws.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Meisjes aan de macht

caroline_gennezEen vrouw die zelf beslissingen neemt, wordt al gauw een bitch genoemd. Een vrouw die veel overlegt, is dan weer te soft. Caroline Gennez, voorzitter van sp.a, en Hilde Crevits, Vlaams minister van Openbare Werken en Mobiliteit, geven toe dat de politiek er ‘op z’n vrouwtjes’ toch nog anders aan toegaat. Maar calimero’s zijn onze Vlaamse politica’s niet. ‘Wij willen onze job gewoon goed doen.’

Lees het volledige dubbelinterview op Jobat.

Lees verder

Geplaatst in Nieuws.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.