retro-1291608_1280

België goede leerling inzake loongelijkheid? Toch niet

retro-1291608_1280Volgens de OESO scoort België zeer goed in het dichten van de loonkloof. Tegenover 2005 liet ons land de grootste verbetering optekenen qua uurlonen bij voltijds werkenden. Alleen werkt bijna de helft van de loontrekkende vrouwen deeltijds. En dat is lang niet altijd een vrije keuze. Volgens een nieuwe studie hebben viervijfde-werkers bovendien meer werkstress dan voltijds werkenden.

Goed nieuws in de pers: België laat sinds 2005 de grootste verbetering optekenen in het dichten van de loonkloof. Dat zegt de OESO. Het verschil tussen een mannen- en vrouwenloon slonk met bijna tien procentpunten, tot 5% in 2014. Deze cijfers stuurden we ook reeds de wereld in tijdens onze laatste Equal Pay Day-campagne dit voorjaar. Veertien jaar van sensibiliseren en campagnevoeren rond loongelijkheid hebben zeker bijgedragen aan deze positieve evolutie.

Belgische vrouwen werken veel deeltijds

Maar de goednieuwsshow behoeft een kanttekening: de OESO vergeleek de bruto-uurlonen van mannen en vrouwen die voltijds werken. En daar knelt het schoentje: in België werkt 45% van de loontrekkende vrouwen deeltijds. Bij de mannen is dit slechts 11% (cijfers FOD Economie, 2016). Om deze factor mee in rekening te nemen (wat telt, is wat er op het einde van de maand op je rekening verschijnt), vergelijkt zij-kant steeds de maandlonen van voltijds en deeltijds werkenden samen. Daar ligt de loonkloof nog steeds op 20%, veel hoger dus dan de 5% waarover de OESO bericht. Daarom ook organiseerden we Equal Pay Day dit jaar op 14 maart: vrouwen moeten nog steeds 20% langer werken om te verdienen wat mannen vorig jaar reeds verdienden.

België bevindt zich met deze cijfers in de Europese kopgroep van de deeltijds werkenden. Enkel Duitsland, Oostenrijk en Nederland kennen meer deeltijds werkenden. In dat laatste land loopt het aantal vrouwelijke loontrekkenden die deeltijds werken op tot meer dan 70%.

Dat verschil in arbeidsduur laat zich trouwens al voelen bij het begin van de carrière: in 2016 werkt 10% van de Belgische mannen tussen 20 en 29 jaar deeltijds, tegenover 32% van de vrouwen (Statbel, 2017). Bij de 30- tot 34-jarigen loopt het verschil verder op met 8% deeltijds werkende mannen en 37% deeltijds werkende vrouwen. Ook een lager opleidingsniveau leidt tot meer deeltijds werk bij vrouwen, bij mannen speelt dit minder.

Who run the house? Girls!

Een vrije keuze is dit deeltijds werk meestal niet. Voor 25% van de deeltijds werkende vrouwen en 20% van de deeltijds werkende mannen vormen ‘familiale of andere persoonlijke verantwoordelijkheden’ de belangrijkste reden om minder te werken. Op de tweede plaats staat voor vrouwen ‘zorg voor kinderen of volwassenen die niet kunnen werken’ (23%). Slechts 7% van de deeltijds werkende mannen geeft deze zorg als reden op (Statbel, 2017).

Kinderen grootbrengen blijkt dus nog steeds een vrouwenzaak: moeders werken minder vaak voltijds dan niet-moeders, mannen met kinderen werken juist vaker voltijds dan hun kinderloze seksegenoten. In huishoudens met kinderen is het verschil in arbeidsduur tussen de partners dan ook het grootst: 87% van de mannen werkt hier voltijds tegenover 38% van de vrouwen (FOD WASO & UNIA, 2017).

Uit een studie van Glorieux en Vantienoven (2009) voor het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen besteden vrouwen bovendien 8,5 uur per week meer aan huishoudelijke taken dan mannen.

Verschillende onderzoeken tonen aan dat deze traditionele opvattingen over gender en arbeid door de opvoeding worden gevormd en ook later worden bevestigd. Denk maar aan de werkgever die een sollicitante of werkneemster vraagt of ze kinderen heeft/wil, maar raar opkijkt wanneer een vader tien dagen wil thuisblijven na de geboorte van zijn kind of vroeger vertrekt om aan de schoolpoort te staan.

De bouw is de schoonmaak niet

Daarnaast werken vrouwen ook vaker in sectoren waar deeltijds werk de norm is. Zo zijn 90% van de arbeidscontracten bij nieuwe aanwervingen in mannelijke sectoren als de bouw of de industrie voltijds. In vrouwelijke sectoren als openbaar bestuur, onderwijs, gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening zijn dan weer 55% tot 58% van de nieuwe aanwervingen deeltijdse contracten (Goesaert en Struyven, 2017).

Niet onschuldig

Dat hoge aandeel deeltijds werk zorgt ervoor dat vrouwen minder verdienen dan mannen, met alle gevolgen van dien: minder loon betekent immers minder economische zelfstandigheid, een hoger armoederisicio, minder sociale rechten en een lager pensioen. Bovendien hebben vrouwen door hun grotere afwezigheid op de arbeidsmarkt minder toegang tot promoties en carrièrekansen en zijn ze ondervertegenwoordigd in directiefuncties of raden van bestuur. Dit leidt tot een maatschappij die nog steeds op maat van mannen gesneden is.

Minder werk, meer stress

Deeltijds werk heeft ook zijn voordelen, zeker, maar die mogen niet overschat worden. Volgens een net verschenen rapport van SERV (op basis van de Vlaamse werkbaarheidsbarometer 2016) levert deeltijds werken weliswaar een betere werk-privébalans op, maar kampen werknemers in viervijfdejobs vaker met psychische vermoeidheidsproblemen dan hun voltijdse collega’s. De meest voor de hand liggende reden is dat werknemers die overstappen naar een viervijfdesysteem geen aangepast takenpakket krijgen: ze moeten met andere woorden hetzelfde werk in minder dagen doen.

Wat kunnen we doen?

zij-kant organiseert al veertien jaar de Equal Pay Day om de loonkloof aan te klagen. Onze belangrijkste campagne-eis is de correcte toepassing van de loonkloofwet. Deze wet bestraft loondiscriminatie op basis van geslacht, maar wordt onvoldoende uitgevoerd.

Daarnaast dringen we aan op het herverdelen van de zorg- en werktijd tussen vrouwen en mannen. Uit de cijfers blijkt immers dat de combinatie van werk en gezin voor vrouwen zeer zwaar is, en de belangrijkste reden vormt om deeltijds te werken. Mogelijke oplossingen zijn het invoeren van een verplicht en volledig vergoed geboorteverlof, een hervorming van het ouderschapsverlof naar Zweeds model, een collectieve arbeidsduurvermindering en het uitbouwen van sterke sociale voorzieningen.

 

Bronnen: Equal Pay Day-persdossier 2018 – OVER.WERK, ‘Deeltijds werk bij vrouwen: een genderkloof onderzocht’, Acco, 1/2018 – SERV, ‘Rapport: De korte of de lange shift?’, 4/7/2018

Geplaatst in Nieuws en getagd met , , .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.